Knipperlicht

De afgelopen weken kreeg ik regelmatig de vraag; ‘Marit hoe gaat het met je?’. Een vraag die op het moment ontzettend lastig is, omdat er geen pasklaar antwoord op is. Op grote lijn heb ik niets te klagen en gaat het best oké. Ik hou mezelf op de been en heb niet zo heel veel diep down momenten. Ik ben aan het werk, doe leuke dingen en ben lekker aan het hardlopen. Dit zou een antwoord kunnen zijn, maar toch voelt het niet oké, want het dekt de lading niet. Waarom niet?

Stel je even voor dat je en lamp in je hoofd hebt. Een lamp die uitgaat wanneer je gaat slapen en diezelfde lamp gaat weer aan als je wakker wordt, dit gaat geheel automatisch. Bij een depressie is die lamp stuk, de lamp gaat niet aan wanneer je wakker word. Het blijft donker en je ziet geen hand voor ogen. Twee jaar geleden bleef de lamp in mijn hoofd uit, gelukkig kan ik inmiddels zeggen dat mijn lamp weer bijna altijd aangaat wanneer ik wakker wordt. Mijn lamp gaat echt nog niet iedere ochtend direct van zelf aan, soms moet ik opzoek naar het knopje, soms is het alleen een schemerlampje. Toch gaat er meestal wel iets aan.

Goed mijn lamp is dus meestal aan, waarom zeg je dan niet dat het goed met je gaat?  Ik zal het een poging doen om dit uit te leggen; Mijn lamp is aan, maar lijkt soms net een knipperlicht. Aan, uit, aan, uit, maar dan niet met de regelmatigheid van een knipperlicht het is ook wel eens, aan, uit, uit, uit, aan. Ook de tijd die tussen aan en uit inzit en de felheid van de lamp verschillen. De lamp in mijn hoofd blijft de laatste twee weken maar knipperen. Niet alleen bij het opstaan, nee de hele dag door. Een klein beetje teveel van iets zorgt ervoor dat mijn lamp uit gaat en wat dat ‘iets’ dan precies is, wisselt ook. Doordat ik inmiddels zelf mijn lamp weer aan kan doen zijn de perioden dat het donker is maar kort. Toch blijft mijn lamp aan en uit gaan. Hoe hard ik ook mijn best doe om een stabiel lampje te krijgen, het blijft knipperen. Nu weet ik dat ik blij moet zijn met dat het lampje in mijn hoofd in ieder geval op grote lijn aan is. Maar dat knipperen maakt me soms zo boos, bang en vooral verdrietig. Ik wil zo vaak meer dan dat ik kan.. en accepteren dat knipperen bij mijn leven hoort is best lastig.. (Wat een vies woord is dat toch; accepteren, kunnen we daar niet wat anders voor bedenken?)

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *