Afscheid

Daar zat ik dan, tranen branden achter mijn ogen. Ik slik en nog een keer, ik wil niet huilen, dan zegt ze; ‘Marit, hoe vaak heb jij afscheid genomen van een therapeut zonder dat je weg wilde?’.  Die woorden komen binnen, daar raakte ze iets, zoals ze mij vaker wist te raken. Haar woorden komen binnen en brengen mij terug naar de alle momenten van afscheid eerder in mijn proces. Opgelegd afscheid door wisselende psychologen en psychiaters. Afscheid omdat ik niet langer wilde samenwerken, omdat er simpelweg geen samenwerking was. In therapieland heb ik al heel wat gewisseld, maar meestal was de frustratie van mijn kant al zo groot dat afscheid nemen geen punt was.

Afscheid nemen van je hulpverlener, mag dat pijn doen? Het is toch ‘maar een hulpverlener’? Als ik heel eerlijk ben schaamde ik mij zelfs een beetje voor mijn bedrukte gevoel. Tijdens mijn opleiding sociaal pedagogische hulpverlening leerde ik over afstand en nabijheid in een hulpverleningsrelatie. Vooral een beetje meer afstand dan nabijheid en wilde je toch nabij zijn, dan wel professionele nabijheid. Toen ik midden in die opleiding zelf cliënt werd vond ik het maar wat verwarrend. Er is immers niemand die een cliënt leert hoe dichtbij een hulpverlener mag komen. Hoe doe je dat? Er verscheen ineens iemand in mijn leven die mij gaat helpen bij mijn diepste en donkerste gedachten. Hoe ga ik daarmee om? Wat vertel ik wel? Of juist niet? Wat als ik uitspreek dat ik dood wil? Hoe vertrouw ik iemand al die duistere kanten toe? Daar zijn geen tips en adviezen voor op papier gezet. Best jammer, want het is verrekte lastig om een goed en helpend contact op te bouwen met een hulpverlener. Het belangrijkste hierin is het vertrouwen, maar hoe vertrouw je iemand die zich opstelt als klaagmuur? Hoe bouw je vertrouwen op als je helemaal niks van de ander weet? Als de ander gevoelloos lijkt?

Zoals ik hierboven als schreef heb ik meerdere ervaringen met verschillende hulpverleners. Sommigen waren oké en leerde ik na verloop van tijd een beetje kennen. Heel langzaam ontstond er wat vertrouwen en als het echt nodig was wist ik ze te vinden en deelde ik. Bij anderen had ik na het eerste gesprek al een niet pluis gevoel, maar om het een kans te geven bleef ik naar de gesprekken komen. Eindconclusie en note to self: niet pluis gevoel is niet verder gaan, het kost meer dan het oplevert. Als laatst heb je nog de categorie hulpverleners met wie het afscheid nemen pijn doet. Dat is de categorie waarbij ik een klik voel. De hulpverleners met wie je in de zware gesprekken ook kan lachen. Die je de ruimte geven om te zwijgen en je laten ervaren dat ook dat oké is. De hulpverlener die dwars door mijn masker heen prikt en geen genoegen neemt met mijn het gaat wel goed verhaal. Zij zijn bereid om een wat ruime bereikbaarheid te hanteren als de wereld totaal op zwart staat, maar bovenal zijn het de hulpverleners die niet alleen de hoop ellende ellende zien, maar mij als mens. Hoe zwart mijn wereld ook was, zij bleven oprecht in mij geloven. Juist omdat ze mij als zoveel meer zagen dan het label depressief. Zij gaven mij hoop, herinnerde mij aan goede momenten, maar gaven ook ruimte doordat ze beseften dat niet alles direct op te lossen was.
Vaak inspireerde ze mij, door hoe ze open, eerlijk en betrokken hun werk deden en hoe ze ook mij meenamen in hun dilemma’s voor optimale begeleiding en mij ook een inkijkje gaven in hun eigen leven.

Dit waren geen hulpverleningsrelaties van jij en ik, maar wij samen. Afscheid nemen is best lastig, doet een beetje pijn, maar ik mag ook terugkijken op een leerzame en waardevolle tijd. Die ervaring mag ik meenemen naar de volgende stap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *